Wat je moet weten over het NPO-fonds

Doelstelling NPO-fonds
Met het budget voor het NPO-fonds stimuleert de NPO hoogwaardige fictieproducties, documentaires en talentontwikkeling bij de landelijke publieke omroep. De NPO reserveert hiervoor per jaar 18,8 miljoen euro (prijspeil 2023) die toegekend wordt op basis van verschillende regelingen (zie: link naar regelingen). De voorstellen moeten bestemd zijn voor uitzending of verspreiding via de radio, televisie en online aanbodkanalen van de NPO. Alleen landelijke publieke media-instellingen (omroepen) kunnen, via het intekenproces[1] van de directies Video en Audio en het NPO-fonds, aanvragen.

Het budget voor het NPO-fonds is er voor documentaire- en fictieproducties waaruit urgentie van de makers spreekt. De voorstellen hebben universele zeggingskracht en leiden tot bijzondere producties die het publiek beroeren, verrassen, tot nadenken stemmen en nieuwe inzichten geven. De projecten zijn relevant, onderscheiden zich door een persoonlijke signatuur van de maker(s), en laten originaliteit, creativiteit, gelaagdheid en reflectie zien, zowel in onderwerpkeuze als in aanpak en vormgeving. De makers hebben nagedacht over wie zij met hun project willen bereiken en hoe zij dat het beste kunnen doen.

Het budget van het NPO-fonds is nadrukkelijk bedoeld voor producties die rechtdoen aan de diverse samenleving (geslacht, leeftijd, culturele achtergrond), zowel qua onderwerpkeuze, als wat betreft crew en cast. Met het budget spoort de NPO ervaren makers aan mogelijkheden te vinden samen te werken met beginnende, talentvolle makers en schrijvers. Ook samenwerkingen met makers uit andere disciplines, zoals beeldende kunst, theater, journalistiek, zijn welkom, mits zij leiden tot audiovisuele producties die bij de publieke omroep uitgezonden en geplaatst kunnen worden; zoals geldt voor alle projecten waarvoor NPO-fondsbudget wordt aangevraagd.

Het budget maakt deel uit van het programmabudget van de NPO en dient dienovereenkomstig ten goede te komen aan producties van omroepen die – in geval van samenwerking – met overwegend Nederlandse partijen uit de audiovisuele sector worden gerealiseerd. De producties spreken primair een divers Nederlands publiek aan.

Inhoudelijke criteria NPO-fonds
Bij het beoordelen of aanvragen uit het budget van het NPO-fonds zullen worden toegekend, kijkt een commissie van onafhankelijke deskundigen naar kwaliteit, oorspronkelijkheid en zeggingskracht van het project aan de hand van de volgende punten, die in onderling verband worden beoordeeld:

  • Inhoud - wat willen de makers vertellen: de inhoudelijke beschrijving van het project.
  • Vorm - hoe willen de makers het verhaal vertellen: de regievisie, schrijversvisie, hoe de gekozen filmische vertaling / geluidsvormgeving aansluit op het inhoudelijke verhaal, de gelaagdheid van de vertelling.
  • Motivatie - waarom willen de makers een onderwerp uitdiepen: de persoonlijke motivatie voor en relevantie van het onderwerp, hoe het nieuwe project aansluit op eerder werk, hoe het past in de ontwikkeling van de makers.
  • Toegevoegde waarde - de betekenis van het project (inhoud en vorm) voor een divers video- en audioaanbod, lineair en online.
  • Team - met wie willen de makers de film, de serie, het audioverhaal realiseren, en waarom: track record van het team.
  • Publiek - voor wie willen de makers het project maken en hoe willen zij dat publiek bereiken: doelgroep en bereik.

Verdere specificaties van de criteria per genre en per soort voorstel  (concept, ontwikkeling of productie) zijn terug te vinden bij de verschillende regelingen.

Werkwijze bij aanvragen voor budget NPO-fonds
De werkwijze die van toepassing is op de inzet van NPO-fondsbudget is vastgelegd in het Coördinatiereglement aanbodkanalen (zie: Coördinatiereglement). Hieronder wordt dit proces – samengevat – beschreven.

Proces
Omroepen die in aanmerking willen komen voor NPO-fondsbudget, geven dat bij de intekening van het voorstel aan, alsook van welke regeling[2] de omroep gebruik wil maken. De voorstellen doorlopen vervolgens eerst het reguliere intekenproces. Als dit positief verloopt, wordt het voorstel voordat daarover wordt besloten, voorgelegd aan een adviescommissie van externe deskundigen. De adviescommissie adviseert aan de hand van de toepasselijke criteria of aan het voorstel wel of niet NPO-fondsbudget kan worden toegekend. De adviescommissies werken in een bepaald aantal rondes per jaar (zie voor de data van de adviesrondes: Adviesrondes 2023). Een adviesronde van de adviescommissie duurt in principe vijf weken. Na elke adviesronde wordt het advies van de adviescommissie via de NPO MediaModule bekendgemaakt aan de betreffende omroep.

Alleen bij een positief advies van de adviescommissie kan aan het voorstel NPO-fondsbudget worden toegekend. De toekenning van dat NPO-fondsbudget verloopt volgens het reguliere besluitvormingsproces dat geldt voor alle programmering. Dat betekent dat het voorstel inclusief NPO-fondsbudget wordt opgenomen in een volgend conceptplaatsingsbesluit met het oog op de formele besluitvorming[3].

Als de adviescommissie negatief adviseert, kan het voorstel aangepast worden en via de NPO MediaModule nogmaals worden aangeboden aan de directie Video dan wel Audio, die dit, na eigen check, voor de tweede keer voorlegt aan de adviescommissie. De adviescommissie beoordeelt het aangepaste voorstel opnieuw, volledig en integraal, en kijkt dus niet alleen naar de aanpassingen, maar beoordeelt alle elementen van het voorstel opnieuw in samenhang.

Na een negatief advies van de adviescommissie kan een voorstel eenmaal worden aangepast en opnieuw worden voorgelegd aan de adviescommissie, tenzij de betreffende regeling deze mogelijkheid uitsluit. Het aangepaste voorstel moet binnen een half jaar[4] na datum van het negatieve advies toegevoegd worden in de NPO-MediaModule. Na de check[5] door de directie Video of Audio gaat het aangepaste voorstel naar de adviescommissie die dit opnieuw volledig en integraal beoordeelt. De commissie die het aangepaste voorstel behandelt, bestaat in ieder geval uit één commissielid die het oorspronkelijke voorstel in de eerdere vergadering heeft beoordeeld.

Is het tweede advies positief, dan verloopt de toekenning van NPO-fondsbudget wederom volgens het reguliere besluitvormingsproces dat geldt voor alle programmering. Is ook het tweede advies negatief, dan ontvangt de omroep een afwijzend besluit, tenzij de toekenning van NPO-fondsbudget niet voorwaardelijk was en het voorstel op andere wijze gefinancierd kan worden, zonder NPO-fondsbudget.

Gesprek na negatief advies
Er bestaat een mogelijkheid om na een eerste negatief advies van de adviescommissie over het voorstel een verzoek tot een gesprek met de betreffende secretaris in te dienen. Dit schriftelijke verzoek dient binnen zes weken nadat de omroep is geïnformeerd over het negatieve advies, aan de desbetreffende secretaris te zijn gestuurd, en dient een aantal gerichte bespreekpunten te bevatten n.a.v. het advies. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan zal de betreffende secretaris tevens een commissielid – indien beschikbaar – uitnodigen bij het gesprek aanwezig te zijn.

De adviescommissie
De adviescommissie beoordeelt het hoogwaardige karakter van een voorstel op basis van de doelstelling en de criteria voor toekenning van NPO-fondsbudget (nader uitgewerkt in de betreffende regeling).

Aan de commissievergaderingen nemen drie leden deel, met uitzondering van vergaderingen over projectvoorstellen waarvoor meer dan 500K wordt aangevraagd: daaraan nemen vijf commissieleden deel. De commissie adviseert collegiaal. De vergaderingen worden technisch voorgezeten door een secretaris van NPO die erop toeziet dat de adviezen zorgvuldig tot stand komen.

De commissies worden samengesteld op basis van beschikbaarheid van commissieleden, rekening houdend met mogelijke conflicterende belangen van de commissieleden. Als de indiener van het voorstel van mening is dat een bepaald commissielid moet worden uitgesloten, kan voorafgaand aan de adviesronde bij een van de secretarissen (zie: contact) van de commissie een verzoek tot uitsluiting van een commissielid worden gedaan. Klik hier voor meer informatie over het indienen van een verzoek tot uitsluiting van commissieleden.  

Het advies
Voor het al dan niet toekennen van NPO-fondsbudget is het advies van de adviescommissie de enige bepalende factor. Het advies is daarvoor dus bindend, tenzij:

  • het advies blijk geeft van het niet naleven van essentiële procedureregels, dan wel evidente schending van criteria of anderszins onzorgvuldig tot stand is gekomen; of
  • de redenering van het advies niet begrijpelijk is dan wel de getrokken conclusie niet aansluit op de redenering.

In deze gevallen zal verdere besluitvorming worden aangehouden voor nader onderzoek en kan de Raad van Bestuur de adviescommissie verzoeken om een nadere motivering van het advies of een anders samengestelde adviescommissie vragen om een aanvullend advies.

De bijdrage
De uiteindelijke bijdrage die vanuit het NPO-fondsbudget wordt toegekend, wordt bepaald op basis van het door de omroep aangevraagde NPO-fondsbudget (zoals blijkt uit de begroting en het dekkingsplan), rekening houdend met de voor de betreffende regeling vastgestelde maxima. Als de begroting kosten bevat die volgens de voorwaarden van het NPO-fondsbudget niet voor ondersteuning in aanmerking komen of die anderszins niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden van het NPO-fondsbudget, worden die buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de bijdrage.

De ingediende begroting houdt rekening met de totale kosten, inclusief interne kosten van de omroep en BTW. De interne kosten van een omroep die bij een video-coproductie worden gemaakt, worden niet gefinancierd uit NPO-fondsbudget (zie ook onder de voorwaarden punt 6 m).

Voorstellen die rechtstreeks aan de adviescommissie worden voorgelegd
Voor een beperkt aantal regelingen geldt dat aanvragen voor NPO-fondsbudget rechtstreeks aan de adviescommissie worden voorgelegd. Het gaat hierbij om de regelingen voor concept, impact en publieksbereik. Voorstellen voor deze regelingen kunnen ingediend worden bij een van de secretarissen en lopen niet via de intekening. Een toekenning vanuit het NPO-fondsbudget op basis van deze regelingen zegt niets over de kansrijkheid van het project met het oog op de programmering van de NPO.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor budget NPO-fonds
Om in aanmerking te komen voor NPO-fondsbudget gelden de onderstaande algemene voorwaarden[6]. Daarnaast kunnen er per regeling nog specifieke voorwaarden gelden, die in de betreffende regeling beschreven zijn.

  1. Indien het voorstel waarvoor de omroep NPO-fondsbudget wil aanvragen een coproductie met een productiebedrijf betreft, dient het betrokken productiebedrijf aantoonbaar ervaring te hebben in het produceren van professionele audiovisuele mediaproducties. Bij de beoordeling daarvan worden de volgende criteria gehanteerd:
    - het betreft een productiebedrijf met rechtspersoonlijkheid (geen eenmanszaken, CV’s of VOF’s); en
    - het productiebedrijf produceert of exploiteert op regelmatige basis professionele audiovisuele mediaproducties voor landelijke commerciële of publieke omroepen; of
    - de bij het voorstel betrokken producent is eindverantwoordelijk geweest voor minimaal één, door een landelijke commerciële of publieke omroep uitgezonden en/of geplaatste, audiovisuele mediaproductie van min of meer vergelijkbare omvang en complexiteit, of heeft minimaal drie jaar aantoonbare relevante werkervaring opgedaan bij een andere producent die voldoet aan de hier eerdergenoemde punten; en
    - het productiebedrijf is zodanig georganiseerd dat de artistieke en zakelijke verantwoordelijkheid voor het betrokken project, oftewel de functie van de regisseur en/of scenarist en de functie van de producent, niet in één persoon verenigd zijn en aantoonbaar is dat de producent volledig beslissingsbevoegd en eindverantwoordelijk is voor het project.

  2. Het voorstel dient betrekking te hebben op nieuwe, originele plannen; remakes en formats zijn uitgesloten.

  3. Reeds uitgezonden media-aanbod komt niet in aanmerking voor NPO-fondsbudget. Ook voorstellen waarvan de te financieren activiteiten al een aanvang hebben genomen, komen niet in aanmerking. Een uitzondering kan slechts worden gemaakt voor opnamen die een bescheiden deel van het voorstel gaan vormen en waarvan gemotiveerd wordt dat deze van zodanig wezenlijk belang zijn voor het project dat uitstel daarvan niet mogelijk was.

  4. Bij de intekening van het voorstel wordt gevraagd om een inhoudelijk plan, conform de checklist die hiervoor bij elke regeling is opgenomen. Dit plan dient voor gezien te zijn ondertekend door de bij het voorstel betrokken regisseur(s) en/of scenarist(en).

  5. Alle bij de regelingen genoemde maximale bedragen die vanuit het NPO-fondsbudget kunnen worden toegekend, zijn inclusief de posten producers fee, overhead en onvoorzien.

  6. Bij de intekening van voorstellen waarvoor NPO-fondsbudget wordt aangevraagd, dient naast de begroting volgens het uniforme format ook een detailbegroting te worden opgeleverd, alsmede het dekkingsplan. Deze moeten voorzien zijn van een toelichting op de begroting en het financieringsplan, en op eventuele bijzondere of onzekere factoren rond de ontwikkeling of productie van het voorstel. Bij het ontbreken van deze informatie, wordt de aanvraag voor NPO-fondsbudget als onvolledig beschouwd en kan het voorstel niet voorgelegd worden aan de adviescommissie.

Voorwaarden waaraan de detailbegroting dient te voldoen

  1. De in de begroting opgenomen kosten dienen realistisch, marktconform en kostenefficiënt te zijn en zoveel mogelijk gespecificeerd, uitgewerkt en toegelicht te worden. Bij alle functies dienen in de begroting de namen vermeld te worden. De opgevoerde dagbedragen van betrokken makers moeten van toepassing zijn op de verschillende fases van het project (ontwikkeling, productie). Als de makers zich gecommitteerd hebben aan een project, mag verwacht worden dat zij niet tussentijds hun tarieven aanpassen.
  2. Bij het aanvragen van een bijdrage uit het NPO-fondsbudget voor de productie van een voorstel kunnen kosten voor ontwikkeling tot het in de betreffende regeling maximaal aangegeven bedrag in aanmerking worden genomen, mits deze kosten niet eerder uit NPO-fondsbudget, uit regulier programmabudget of door derden, niet zijnde de coproducent, zijn gefinancierd. De kosten voor ontwikkeling dienen te zijn gespecificeerd en toegelicht in de begroting.
  3. De posten producers fee en overhead worden alleen in aanmerking genomen indien de omroep bij het voorstel een coproducent heeft betrokken.
  4. De post producers fee omvat de honoraria en vergoedingen voor de producent(en) van het voorstel. Onder de producers fee vallen eveneens de kosten voor creatieve producenten of producers die de eindverantwoordelijke producent op onderdelen ondersteunen.
  5. De post overhead omvat alle vaste en variabele kosten van de coproducent en zijn eventuele coproductie-/zakelijke partners, samenhangend met de reguliere bedrijfsvoering. Hieronder vallen de eigen kantoorkosten en salariskosten van medewerkers in dienst van de coproducent of daaraan gelieerde rechtspersonen en andere coproductiepartners.
  6. Salariskosten van medewerkers in dienst van de coproducent of daaraan gelieerde rechtspersonen en andere coproductiepartners kunnen uitsluitend apart van de post overhead worden begroot indien zij een operationele functie in de ontwikkeling of productie van het betreffende voorstel vervullen. In dat geval moeten deze kosten in de detailbegroting inzichtelijk gemaakt worden. Daarbij dient te worden gespecificeerd: om wat voor kosten het gaat, de prijs per eenheid en de periode waarbinnen de kosten gemaakt worden. Goedgekeurde kosten gelden als forfaitaire kosten en kunnen niet naar boven bijgesteld worden. Bij het begroten van salariskosten voor medewerkers van de coproducent geldt dat deze in verhouding dienen te staan tot de honoraria van freelance of vaste medewerkers van een gelijk niveau elders.
  7. De posten onvoorzien, producers fee en overhead dienen afzonderlijk van elkaar berekend te worden over de begrote en voor het NPO-fondsbudget in aanmerking genomen ontwikkelingskosten of productiekosten van de coproducent, exclusief de posten onvoorzien, producers fee en overhead.
  8. De posten producers fee en overhead worden tot maximaal de volgende percentages in aanmerking genomen:
    • voor ontwikkeling en productie van documentaires (zowel televisie als online) wordt voor overhead en producers fee tezamen een percentage van maximaal 17,5% in aanmerking genomen;
    • voor ontwikkeling fictie (zowel televisie als online) wordt voor overhead en producers fee tezamen een percentage van maximaal 15% in aanmerking genomen;
    • voor de productie fictie (zowel televisie als online) wordt voor overhead en producers fee tezamen een percentage van maximaal 15% in aanmerking genomen;
    • voor de ontwikkeling en productie van (online) audiovoorstellen wordt voor overhead en producers fee tezamen een percentage van maximaal 17,5% in aanmerking genomen;
    • voor de regelingen ontwikkeling impactproductie en publieksbereik wordt voor overhead en producers fee tezamen een percentage van 5% in aanmerking genomen.

Zowel het uiteindelijk opgevoerde bedrag als de gehanteerde percentages dienen in de begroting vermeld te worden.

  1. Afhankelijk van de financiële risico’s van het voorstel komt voor de post onvoorzien een percentage in aanmerking dat varieert tussen 0 en maximaal 10% van de in aanmerking komende kosten. De post onvoorzien kan niet berekend worden over ontwikkelingskosten (voor zover opgenomen in een productievoorstel) en rechten.
  2. Wanneer de regisseur tevens een andere functie vervult (cameraman, geluidsman of editor), mag bij een productievoorstel de dagprijs gedurende de periode dat de dubbelfunctie(s) plaatsvind(t)(en) worden verhoogd met maximaal 25%.
  3. Het begroten van eventuele eigen (bijvoorbeeld van de betrokken coproducent of regisseur) productiefaciliteiten geschiedt, mits van vergelijkbare professionele kwaliteit, maximaal op basis van marktconforme tarieven.
  4. Kosten die geen verband houden met de televisie- of radio-uitzending of online plaatsing op kanalen van de publieke omroep, zoals bijvoorbeeld het uitbrengen in de bioscoop, een vertoning tijdens een festival of het uitbrengen en distribueren van het voorstel in het buitenland, komen niet in aanmerking voor financiering uit NPO-fondsbudget of het reguliere programmabudget.
  5. In geval van een coproductie met een producent worden de interne kosten van de omroep meegenomen in de begroting. Ook deze kosten moeten worden onderbouwd en toegelicht. Dit kunnen kosten zijn voor productionele, dramaturgische en/of redactionele begeleiding door personen die behoren tot het eigen personeel van de omroep. De maximale bedragen die volgens de verschillende regelingen vanuit het NPO-fondsbudget kunnen worden toegekend, hebben geen betrekking op deze interne kosten van de aanvragende omroep. Deze kosten worden gefinancierd uit het reguliere programmabudget.
  6. In afwijking van voorwaarde 6 punt (m) geldt bij audioproducties dat de interne kosten van de aanvragende omroep (deels) wel gefinancierd kunnen worden vanuit het NPO-fondsbudget, te weten:
  • maximaal 5% te berekenen over de begrote en in aanmerking genomen kosten, exclusief de post onvoorzien, indien de aanvragende omroep zelf de audioproductie produceert;
  • maximaal € 1.500, indien de aanvragende omroep een coproducent betrokken heeft bij de productie van de audioproductie.

Om in aanmerking te komen voor de hierboven genoemde bijdragen moeten de kosten onderbouwd en toegelicht worden. Bij de beoordeling daarvan worden de posten onvoorzien, producers fee en overhead niet in aanmerking genomen.

  1. Indien er, anders dan bedoeld in de hieronder opgenomen voorwaarde 7, niet in Nederland gevestigde personen in de begroting worden opgevoerd, dan dient dit nader inzichtelijk en toegelicht te worden.
  2. Indien er een niet in Nederland gevestigde coproducent wordt betrokken bij de ontwikkeling en/of productie van een documentaire- of fictievoorstel, dan dient dit nader toegelicht te worden en gelden de volgende voorwaarden:
  • Een niet in Nederland gevestigde coproducent kan alleen de minoritaire coproducent zijn in de samenwerking met de majoritaire aanvragende omroep en Nederlandse coproducent en er moet sprake zijn van aantoonbare creatieve en technische inbreng van zowel de omroep (en eventuele Nederlandse coproducent) als de buitenlandse coproducent.
  • De niet in Nederland gevestigde coproducent dient aantoonbaar financiering uit eigen land (bv. eigen bijdrage, omroepbijdrage, fondsbijdrage) in te brengen. De bijdrage moet in verhouding staan tot de kosten die in het betreffende land ten behoeve van de productie worden gemaakt. Pre-sales aan buitenlandse omroepen vallen alleen onder de in te brengen bijdrage indien deze zonder voorbehoud gegarandeerd zijn en dit contractueel vastligt.
  • Bij de productie van televisiefictie, waarbij sprake is van een buitenlandse coproductie, wordt voor overhead en producers fee tezamen een percentage van maximaal 12,5% in aanmerking genomen.

Toekenningsvoorwaarden verbonden aan toegekend NPO-fondsbudget
Voor voorstellen die NPO-fondsbudget toegekend krijgen, gelden alle reguliere toekenningsvoorwaarden. In aanvulling daarop gelden voor de met NPO-fondsbudget gefinancierde voorstellen de onderstaande voorwaarden[7]. In geval van een coproductie draagt de omroep er zorg voor dat aan de voorwaarden voldaan kan worden door hierover afspraken te maken met de coproducent(en).

  1. In geval NPO-fondsbudget is toegekend voor de productie van een voorstel, stuurt de omroep uiterlijk zes maanden nadat het voorstel geproduceerd is en als voltooid kan worden beschouwd, een eindafrekening naar NPO.
  2. In geval NPO-fondsbudget is toegekend voor de ontwikkeling van een voorstel, stuurt de omroep uiterlijk zes maanden na de bij de intekening opgegeven opleverdatum van het einddocument (zoals het researchverslag, filmplan, scenario’s), een eindafrekening naar NPO.
  3. In geval NPO-fondsbudget is toegekend voor het maken van een concept van een voorstel, stuurt de omroep uiterlijk zes maanden na de bij de indiening opgegeven opleverdatum van het einddocument (het verslag), een eindafrekening naar NPO.
  4. In geval NPO-fondsbudget is toegekend in het kader van de regelingen voor Impact of Publieksbereik zijn de voorwaarden voor oplevering van een einddocument en/of eindafrekening opgenomen in de betreffende regelingen.
  5. De eindafrekening dient te bestaan uit:
  6. Samenvattingsblad begroting: een kolom met de begrote bedragen, een kolom met de werkelijk uitgegeven bedragen, een kolom met nog te verwachten bedragen (stelposten) en een kolom verschil begrote versus uitgegeven en verwachte bedragen.
  7. Specificatie begroting: een kolom met de begrote bedragen, een kolom met de werkelijk uitgegeven bedragen, een kolom met nog te verwachten bedragen (stelposten) en een kolom verschil begrote versus uitgegeven en verwachte bedragen.
  8. Toelichting: hoofdposten waarbij het verschil tussen begrote en werkelijk uitgegeven en verwachte bedragen groter is dan 10% (min of plus) én eventuele nieuwe posten dienen te worden toegelicht.
  9. Dekkingsplan: eventuele wijzigingen in het dekkingsplan moeten worden aangegeven;
  10. Boekhoudkundige verklaring: de eindafrekening dient te worden voorzien van een boekhoudkundige verklaring.
  11. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant of eigen verklaring omroep: in geval de productiebegroting meer bedraagt dan € 2.500.000 (excl. btw) is een accountantsverklaring vereist.

De eindafrekening dient gelijk aan en op dezelfde wijze te worden opgesteld als de begroting waarop de verlening van de bijdrage is gebaseerd.

  1. De administratie met betrekking tot het project dient op deugdelijke en overzichtelijke wijze te worden gevoerd en moet een juist en actueel beeld geven van de uitgaven en inkomsten van het project. In deze administratie zijn van alle uitgaven en inkomsten deugdelijk opgemaakte stukken aanwezig, waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen en diensten en de inkomsten duidelijk blijken.
  2. De in het door de omroep ingediende dekkingsplan genoemde bijdragen van andere bronnen dan uit het NPO-fondsbudget of het reguliere programmabudget, worden geacht te zijn – of te worden – verkregen. Blijken deze bijdragen op het moment dat de omroep de eindafrekening van het project bij de NPO indient niet te zijn verkregen, dan is dit, voor rekening en risico van de omroep.
  3. Minimaal 75% van de toegekende gelden van het NPO-fondsbudget dienen aantoonbaar in Nederland te worden besteed.
  4. NPO-fondsbudget wordt toegekend onder voorwaarde van voldoende beschikbaar NPO-fondsbudget.

Controle eindafrekening
Als de eindafrekening meer dan 10% afwijkt van de goedgekeurde begroting en die afwijking meer dan € 100.000 bedraagt, wordt de eindafrekening nader gecontroleerd en worden de bevindingen hiervan met de omroep besproken. Er vindt geen verrekening plaats.

Bezwaar maken
Een plaatsingsbesluit van de raad van bestuur of een beschikking om geen NPO-fonds budget beschikbaar te stellen, is een besluit waartegen volgens de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep openstaat. Degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit betrokken is (doorgaans is dat de aanvragende omroep), kan op grond van artikel 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit binnen zes weken na verzending daarvan bezwaar maken. In de bezwaarprocedure kan het voorstel niet gewijzigd of aangevuld worden. Informatie van die aard zal bij de beoordeling buiten beschouwing blijven. De behandeling van het bezwaar verloopt in overeenstemming met het Reglement bezwaarschriften publieke omroep.

Belanghebbenden kunnen schriftelijk bezwaar maken door een bezwaarschrift in te dienen bij: De raad van bestuur NPO, t.a.v. de afdeling Juridische Zaken, Postbus 26444, 1202 JJ Hilversum. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en in ieder geval de volgende gegevens bevatten: naam, adres en woonplaats, datum, omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht (inclusief onderwerp, datum en kenmerk van het besluit), de gronden van het bezwaar.

 


[1] Met uitzondering van voorstellen voor de regelingen concept, impact en publieksbereik

[2] Bij videovoorstellen hoeft pas bij de tweede fase van de intekening de regeling aangegeven te worden.

[3] In de formele besluitvormingsfase worden alle voorstellen waarover besloten moet worden (dus ook de reguliere intekeningen die zonder NPO-fondsbudget zijn ingetekend) in de vorm van een conceptplaatsingsbesluit ter advisering voorgelegd aan het Audio- en Video-overleg. Vervolgens legt de Raad van Bestuur een voorgenomen plaatsingsbesluit voor aan alle omroepen en kunnen omroepen daarover nog bedenkingen indienen. Als er geen bedenkingen worden ingediend, neemt de Raad van Bestuur vervolgens het definitieve besluit. Als er wel bedenkingen worden ingediend, wordt de betreffende omroep eerst gehoord door de Raad van Bestuur en volgt daarna het definitieve besluit.

Voorstellen worden in het conceptplaatsingsbesluit opgenomen in het jaar dat ze uitgezonden/geplaatst worden. Als nog niet bepaald is wanneer een voorstel wordt uitgezonden/geplaatst, wordt het toegezegde NPO-fondsbudget opgenomen in de aanvullende afspraken met de betreffende omroep.

[4] Het aangepaste voorstel moet binnen een half jaar in de NPO MediaModule worden toegevoegd, tenzij de omroep voor het verstrijken van dat half jaar schriftelijk kenbaar maakt wanneer het aangepaste voorstel wordt aangeboden. Wordt het aangepaste voorstel niet op deze aangekondigde datum ingediend, dan wordt het voorstel alsnog uit behandeling genomen.

[5] De directies Video en Audio checken of de wijzigingen in het voorstel of de begroting niet zodanig zijn dat toekenning volgens het reguliere proces heroverwogen moet worden.

[6] Vastgesteld door de Raad van Bestuur op 24 januari 2023

[7] Vastgesteld door de Raad van Bestuur op 24 januari 2023